29.9.14

Het opdienen van geluk



Waarschijnlijk is geluk zo vloeibaar dat je het in een kom heel voorzichtigjes naar de overkant kan dragen, als je maar goed uitkijkt dat je niet morst want dat wordt niet geapprecieerd. Alhoewel… het is natuurlijk ook niet echt waarschijnlijk dat zij precies weten hoeveel er van opgediend wordt.



27.9.14

Gesprek met een aap



Uit een gesprek met een van hen weet ik dat apen zich momenteel erg druk maken over de invloed van brons op het empathisch denken en het ontwikkelen van een ethische gedragscode binnen de groep, om zo het voortbestaan van de soort te verzekeren.
„Brons? Kennen jullie dan brons?” was ik verrast.
„Neen. Het schijnt een mythische stof te zijn, of misschien ook maar een naam voor het door ons onbenoembare,” probeerde hij het mij uit te leggen,
„Een beetje zoals jullie godsdenken!” probeerde hij ten langen leste.
„Ja, maar brons is bij ons wel reëel,” dacht ik hem het verschil in te doen zien en zo de apen millennia van denkwerk te besparen.
„Ja, wat alleen maar bewijst dat de kloof tussen ons altijd heel breed zal blijven,” besloot hij ons gesprek met een inzicht waar wij mensen ook al toe zijn gekomen.



In antwoordende zin! (10)



.../...

De 'Tibet Almond Stick’ van Zenith Chemical Works in Chicago? U gelooft toch niet dat ik dat ken? Nee, ik heb het moeten googelen. Hier gebruiken wij daar "Johnson Pledge Furniture Spray" voor, of ook "Conservator (r) Antiekwas”, trouwens, van het eerste wordt ik niet goed en moet ik altijd een uurtje of zo het huis uit. Het pakt verschrikkelijk op mijn adem. Zeker aan een goed gevouwen en dus normaal gesproken heel stabiel, papieren vliegtuigje beleef ik uren plezier. Noch van terroristen, noch van producenten van ontbijtgranen schat ik de ‚benevolente’ invloed van hun ‚produkt’ op de samenleving hoog in, mij voor de keuze plaatsen om risicoloos met een van hen wat tijd door te brengen zou mij voor een groter dilemma plaatsen dan je aanvankelijk zou denken. Nee, ik zou het echt niet weten. De ideale teint voor een koe bestaat dat eigenlijk wel? Daarvoor zijn er te veel soorten toch? (Maar ik mag eigenlijk wel graag kijken naar die extreem gekamde en opgetuigde koebeesten en stieren - vooral als ze labradorkleurig zijn - op jaarmarkten. Ik hoop maar dat dat nog geen afwijking, je weet maar nooit met de huidige stand van de wetenschap.) Neen, het zijn echt geen natuurwetten die "plastic zakken naar kleine kinderen drijven", of "stormwinden naar caravans of tenten”, wie dat gelooft genoot niet hetzelfde onderwijs als ik. Ja, je hebt gelijk, we nemen veel te vaak woorden in de mond waarvan we niet echt heel precies weten wat ze eigenlijk betekenen, zoals ‚vla’ of ook ‚Darwiniaans’. Of het beter zou zijn als alles beter was, en erger als alles erger zou zijn, of net omgekeerd, dat het beter zou zijn als alles erger was en erger als alles beter? Dat zou best wel eens kunnen, maar wat is „beter” en wat is „erger” en vooral, wat is „alles” in deze context? Is alles werkelijk „alles”? Of hebben we het hier over „alles” in de dagdagelijkse zin? Wat natuurlijk weer vragen doet rijzen over „dagdagelijks”. Want mijn dagdagelijks is beslist het uwe niet! Anderzijds, als alles echt beter zou kunnen zijn, dan zou dat natuurlijk beter zijn, zo eenvoudig lijkt het mij wel.



.../...

26.9.14

Jan en Ingrid (De twijfels van Jan)



"Maar Jan! Voel je je dan helemaal niet geliefd?"
"Ik Ingrid? Door wie dan?"



25.9.14

Rekenschap



„God! Je beseft toch wel dat ik er niet ben?”
„Jazeker, daar was ik mij meteen bewust van!”
„O ja?!”
„Ja, u bent er nog minder dan ik.”
„Mooi, dat je dat zo meteen doorhad.”
„Ik kon er ook niet naast kijken hé?”
„Inderdaad, eigenlijk niet, want ik ben er dus helemaal niet.”
„Dat zag ik dus meteen.”
„Prachtig. Ik heb zelfs geen schaduw zie je.”
„Geen schaduw?”
„Neen, geen schaduw. Of was dat je dan niet opgevallen?”
„Neen, of hoe zeg ik dat… ik gaf er mij geen rekenschap van. Neen, u bent er duidelijk helemaal niet."
"Fijn, daar zijn we dus al uit."



23.9.14

Veeleisend



Men wist nog te vertellen dat hij enorm goed kon bidden!
Hoe hij, met zijn armen hemelwaarts geheven, gebiedend prevelde, en hoe men nog slechts het wit in zijn ogen waar kon nemen terwijl hij vol verwachting zijn verlossing niet zozeer afsmeekte, maar eerder eigenlijk, ontbood!

Maar wat hij ook prevelde en met zijn armen hemelwaarts reikte, verlost werd hij niet; integendeel, hij kreeg er meestal schele koppijn van en het was eigenlijk daarom dat hij uiteindelijk zijn radicale manier van bidden aangepast heeft, om kort te zijn:

veel minder veeleisend!



22.9.14

Junta



Ik lag al in bed toen ik iemand rond het huis hoorde sluipen! Ik stond op en gluurde zijdelings door de gordijn. Het was, denk ik, een held, want een decoratie glom in het maanlicht. Hij moet mijn blikken gewaar geworden zijn want opeens keek hij terug, zodat wij oog in oog stonden. U zal al wel weten dat dit soort momenten in een mensenleven altijd heel lang lijken te duren. Langer dan het in werkelijkheid duurt. Maar in elk geval lang genoeg voor mij om te overwegen of ik hem niet zou binnenvragen en na een kort gesprek meteen uitnodigen om toe te treden tot mijn junta. Ik overweeg namelijk een junta op te richten, daarvan zijn er weinig in dit land. Althans voor zover mij bekend.
Maar hij knikte ineens van neen en trok zich terug in de schaduwen. Misschien maar goed ook. Mijn junta is niets voor mannen die zich door een vorsende blik laten verjagen. Ik heb grootse plannen.




21.9.14

In antwoordende zin! (9)

.../...

Ja, als zonnetje in huis wil ik best wat meer schijnen. Gewichtheffen. Ik kan niet zeggen dat ik het ooit ernstig overwogen heb. (Ook niet onernstig trouwens.) Ik denk dat er heus wel mensen op aarde zijn die beseffen waar zij mee bezig zijn en die weten waar het om gaat in het leven, alleen, ik ben er hoe langer hoe minder zeker van of zij zich wel daar bevinden waar het er toe doet. Er is bijzonder weinig wat daar op wijst. Ook leven wij nu misschien wel weer in tijden waarin 'weten wat er toe doet' niet meer betekent wat je er gewoonlijk van zou verwachten, gezien de normen en waarden die ons ingelepeld werden door onze ouders, en betekent 'weten wat er toe doet' weer wat het inhield in de aanloop naar de middeleeuwen. Dat zou alvast veel gebeurtenissen en toestanden de dag van vandaag verklaren. Ja, ik heb heel vaak de indruk dat mensen van wie wij leiderschap en inzicht verwachten ons niet vertellen wat hen wezenlijk drijft en bezielt. Ik ben daar trouwens nog niet zo lang geleden heel ziek van geweest. Ook denk ik dat onze leiders enorm zouden schrikken mocht iedereen die hen niet helemaal vertrouwd, wat iets anders is dan helemaal niet vertrouwd, hen letterlijk de rug zou toekeren, overal in het openbaar of privé, waar zij zich zoal plegen te vertonen, dat denk ik wel ja. Of dat iets zou veranderen is wat anders. En er zullen ook altijd wel mensen blijven die blijven kijken natuurlijk. Zoals konijnen naar een lichtbak. Ja! We leven eigenlijk wel heel decadent hier met zijn allen in onze westerse maatschappij, daar ben ik 'acuut' van overtuigd.

.../...



20.9.14

Geluksonderbroek



„Oei, mijn onderbroek!”
„Ja?”
„Ze voelt zo klam aan.”
„Klam?”
„Ja, kil en vochtig zelfs eigenlijk.”
„Maar het is je geluksonderbroek!”
„Ja, dat is het nu net."
"Je houdt ze aan?"
"Zeker weten!"



18.9.14

Bij herkenning



„Kijk. Dit is mijn broek.”
„O! Wat je nu zegt!”
„Je mag er eens ik kijken hoor.”
„Pardon?”
„Dat je er gerust eens mag in kijken.”
„In je broek?”
„Ja, hier. Kijk maar.”
„Er staan letters in.”
„Ja. En een cijfer.”
„Ja, dat ook.”
„Daar kan je mij aan herkennen.”
„Jou herkennen?”
„Ja, indien je deze broek ergens zou vinden dan weet je van wie ze is.”
„Van jou!”
„Ja, en dan kan je ze mij altijd terug bezorgen.”
„Meen je dat nu ernstig?”
„Neen hoor.”
„Dus dan mag ik ze houden?”
„Als je ze vindt, dan wel.”
„Dank je.”
„Maar het zou niet echt eerlijk zijn.”
„Nee, eens ik ze herken natuurlijk."
"Maar het zou echt wel een treffer zijn indien uitgerekend jij ze zou vinden!"




17.9.14

In antwoordende zin (8)



.../...

Of ik nu heel hard moet werken voor iets of niet heeft zeker invloed op de waarde die ik er achteraf aan hecht. Maar ik denk ook dat ik de waarde van de dingen ook zo wel weet te appreciëren, ongeacht of ik er nu gemakkelijk aan ben gekomen of niet. Coherent argumenteren is belangrijk uiteraard, maar soms verkies ik toch pure kolder. Vrijdagen of zaterdagen, het ligt dicht bij elkaar, maar uiteindelijk denk ik toch dat ik nog het liefst op zaterdagen leef. Vluchten naar en bijstand zoeken in het Shodlik Paleis in Tashkent in Oezbekistan? Nog nooit van gehoord, maar ik denk dat er betere plekken zijn, minder ver. Het is inderdaad een overweging waard: minderjarige kruiers (in exotische landen weliswaar, want hier vind ik er geen), tot hoeveel kilo of het equivalent in lokale gewichtseenheden mag je verwachten dat zij vlot horen te kunnen tillen? Toch zo’n dertig à vijfendertig kilo, niet? Jee, ik heb nooit geweten dat er ooit een valies met verhalen van Hemingway werd gestolen op een Parijs’ perron, omdat hij zoveel koffers en valiezen bij zich had dat hij het geheel niet kon overzien. Wat sneu voor hem (en voor ons). Zo’n slordig iemand verdient zoiets toch gewoon, zegt u? Ik vind het woord 'zoiets' op zijn beurt hier zelf ook nogal slordig, als u dat maar weet!



.../...



Spelen



Ja hoor, ik weet hoeveel zessen zij heeft gegooid. Na elkaar bedoel ik dus. Die avond, toen zij alles won. Ik was daar bij. Maar niemand vraagt daar nog naar. Velen lijken het te zijn vergeten. Ik niet hoor. Ik weet het nog. Wij hebben dat spel hier trouwens nog ergens liggen. Neen, spelen doen wij al lang niet meer.




16.9.14

Het signaal



Alweer werd ik aan mijn mouw getrokken:
„Er komt zeker een signaal,” zei hij, „Een niet mis te verstaan signaal!”
„O!” antwoordde ik verrast, al is dat als antwoord uiteraard niet zo duidelijk, maar het was goed nieuws, en volkomen onverwacht.
„Ja, zorg dat je het niet mist.”
„Nee. Dank u om er mij op te wijzen!”
Sindsdien loop ik op kousenvoeten en doorgaans ook met de blik op oneindig.





15.9.14

Personeel



Ik ben vannacht wakker geworden omdat ik gewaar werd dat er een engel aan mijn voeteneind stond.
„Wie ben jij,” vroeg ik, niet eens erg opgeschrikt.
„Ik ben een begeleidende engel en ik kom je ophalen.”
Hij sprak met een verbazend hoge stem.
„Mij ophalen? Nu? Waarom zo ineens?”
„Mensen als jij kunnen wij gebruiken, nu meer dan ooit, denk ik.”
„Mensen zoals ik? Maar ik voer toch geen klap uit. Ik laat alles doen door knechten, bedienden en bijzonder personeel.”
„O!? Wij hadden de indruk dat jij…”
„Nee hoor, dat is maar schijn.”
„Mag ik een slokje water?”
„Ja hoor,” en door aan een bel aan een touwtje te klingelen ontbood ik mijn kamenier om een karafje.

„Zo, dan ga ik maar weer,” zei de engel, nu met een iets normaler stemgeluid.
Het was de butler die er voor zorgde dat hij verder zonder omwegen vertrok.