30.10.14

Een aforisme van oom Floris



Wie wat meer over zichzelf nadenkt kan vanzelf beter met kritiek om.



29.10.14

De adequate lichaamstaal



Het verwijderen van personeel
van de werkvloer vergt bijzondere vormen
van opleiding. Doorslaggevend - vandaag de
dag - is echter niet de kunst van het
argumenteren, maar veeleer
de adequate lichaamstaal.



28.10.14

Wat oefening en koelbloedigheid vergt!



Stel je voor
de verbouwereerdheid
van de man op wandel
in het park of
in het trappenhuis die
met een ultrasnelle en
accurate beweging
een hoed op zijn hoofd
geplant weet
door de onbekende die
hem kruist,
en ook meteen beseft:
dit vergt heel wat oefening
en koelbloedigheid
en verdient niets
dan bewondering
en dankbaarheid.



27.10.14

Ware literatuur



Hij belde mij met de vraag om onmiddellijk te komen.
Wat was er dan?
“Haast je, ik heb geschreven!”
“Wat heb je geschreven?”
“Ware literatuur.”
“Goed, ik kom onmiddellijk,”
maanden hadden wij niets van hem gehoord en nu dit.
Mensen stapten op en af de tram en waren zich van niets bewust.
Ja hoor, hij had ware literatuur geschreven.
Ik vroeg hoe dat zo was gekomen.
Hij had ineens inspiratie gekregen en pats, ineens stond het ook op papier.
“Is er nog iets aan te doen?”
Met een paar doorhalingen en verplaatsingen wist ik hem te helpen.
Oef!
“Was er nog wat?”
vroeg ik
“Neen."



26.10.14

Een deur verder



Waarschijnlijk zat ik wat te soezen aan mijn bureau, toen er ineens een kerel voor mij stond.
“Wie ben jij?” vroeg ik hem.
“Ik ben hier met een plan om voor de armen op te komen.”
“Dan moet je een deur verder zijn,” wees ik met mijn duim naar de linkermuur.
“O, ik dacht te hebben begrepen dat…”
“Neen. Hiernaast moet je zijn. Of is er nog wat?”
“Ja, ik zoek een baan met vast inkomen en bijhorende emolumenten.”
“Daar kan ik je ook niet mee helpen.”
“O, dan ga ik maar weer.”
Dit is nu het soort volk waar ik dagelijks mee te maken heb en het is mijn taak hen een deur verder te sturen.



24.10.14

Beterschap



Ook de dieren
hebben het over
beterschap.
Ja,
in niet meer
zo bedekte termen.




23.10.14

Hoger op!



„Bent u nu hoger op geweest?”
„Pardon?”
„Hoger op? U wilde toch hoger op?”
„Ik? Neen hoor. Dat was mijn broer.”
„Uw broer?”
„Ja, die wilde altijd al hoger op. Van kleins af aan.”
„Het was uw broer?”
„Ja. En ook wel een beetje mijn zus. Die wilde dat ook wel.”
„Maar u niet.”
„Neen. Dat hebt u echt verkeerd voor.”
„Ik dacht werkelijk dat u het ooit ook geprobeerd hebt.”
„Ja, ooit wel. Maar het bleek niets voor mij. Mijn hart zat er niet echt in.”
„Ja, dan wordt het niks natuurlijk.”
„Vandaar dus, echt hoger op ben ik nooit geweest."



21.10.14

Een aforisme van oom Floris



Nattigheid voelt een mens doorgaans alleen wanneer het eigenlijk al te laat is.



20.10.14

Met cello



„Wat ziet u er voornaam uit!” zei hij spontaan.
Dat was precies wat ik ook van mezelf dacht. Ik droeg namelijk mijn cello in zijn aangepaste kist.
„Dat komt omdat ik deel uitmaak van een cello ensemble.”
„Hoe lang al?” vroeg hij.
Ik zei dat dat nu toch al een jaar of twee het geval was,” wat verklaarde dat ik er blijkbaar toch al een beetje naar liep.
„Al twee jaar! Het lijkt véél langer.”
Ik begreep wel waarom hij dat van mij dacht en gaf toe dat ik ook wel af en toe in een symfonieorkest speelde.
„O ja?!” reageerde hij verrast.
„Ja hoor,” antwoordde ik verduidelijkend.
Zo zag ik er dus ook wel een beetje naar uit, zoals hij het bekeek althans, zei hij. Toen groette hij en liep door.
Dit was alweer een ontmoeting met iemand die mij niet helemaal correct inschatte.



14.10.14

Het verrassingseffect (Bladzijde zevenentwintig)



"Denkt u dat ik ooit in een boek terecht kom?”
„Hoe kan ik dat weten?”
„Als ik er ooit in een terecht kom, dan het liefst op bladzijde zevenentwintig.”
„Op bladzijde zevenentwintig? Waarom daar?”
„Omwille van het verrassingseffect! Ik denk dat u nogal zou opkijken!”



13.10.14

Met bloemen



„En zij? Voedt zij jou ook met bloemen?”
„Ja, met van die dikke doornen eraan.”
„En slik jij die dan gewoon door?”
„Ja, dat ben ik wel gewoon geraakt in de loop der jaren.”
„Maar dat verteert toch moeilijk?”
„Ja, en ik laat er verschrikkelijk stinkende winden van.”
„En pikt zij dat?”
„Eigenlijk wel. Vreemd eigenlijk…”
„Helemaal niet. Het houdt jullie aan de gang, toch?"



Het zwijgen



"En, is alles verborgen?”
„Ja.”
„Ook de leegte?”
„Ja.”
„En de stilte, die ook?”
„Ja. Die ook.”
„Want dat zijn de moeilijkste vermoed ik.”
„Neen hoor, dat is het zwijgen.”
„Het zwijgen?”
„Ja, je kan alles verbergen, maar zwijgen, dat is het allermoeilijkste. Verstop dat maar eens."



Bladmuziek



„Iedereen daar kan bladmuziek lezen!”
„O ja, en wat dan?”
„Zo kunnen ze als vanzelf ook met z’n allen samen zingen!”
„Doen ze dat dan vaak?”
„Nee, nooit eigenlijk. Nu je het zegt."