31.10.08

Redactioneel bericht van uw blogbaas



Een overdosis van dit reinigende water over het toetsenbord van mijn notebook PC maakt dat ik een weekje (de tijd die ik moet wachten op de levering van een nieuw toestel) niet zal bloggen.

Ik zal die tijd besteden aan mijn niet-virtuele vrienden.

30.10.08

De opkomst van de televisie



"Ja mevrouwtje, en in die houding kan u, terwijl uw man de afwas doet, 's avonds rustig naar uw lievelingsprogramma kijken!"
"Denkt u?"

In de stationstraat



“Totaal onverwacht viel er een steen uit de lucht op mijn hoofd en ik was op slag dood, je kan je mijn verbazing wel inbeelden.”
“Ongelooflijk! En dat in de Stationstraat?”

27.10.08

Over mannen die terugkomen uit het niets.



Een zwierige man die terugkomt uit het niets en niets te vertellen heeft. Het komt meer voor dan je denkt, je moet daar niets achter zoeken. Al is het niet leuk, dat geef ik toe. Vooral als je van een goed gesprek houdt.

25.10.08

Jan vreest de aftakeling



"Ik ben vergeten de bril op te heffen."
"De bril?"
"Ja, van de WC."
"O, de bril."
"Glad vergeten."
"Tja..."
"Er zijn een paar druppeltjes op gevallen."
"Aha, op die manier, maar da's toch niet erg, als je hem maar weer schoon hebt gemaakt."
"Ja."
"Dat heb je toch gedaan?"
"Ja, met toiletpapier."
"Goed."
"Misschien begin ik wel af te takelen."
"Neen hoor, dat heb je al heel lang."

24.10.08

Meedogenloos


"U beweert dat u meedogenloos bent."
"Ja hoor."
"Goed."
"Al loop ik er niet mee te koop."
"Maar u bent het wel, innerlijk toch?."
"Ja, ik pak er niet mee uit."
"U pakt er niet mee uit."
"Neen."
"Toch bent u het, innerlijk dan, meedogenloos."
"Zeker wel."
"Hoe uit u dat dan, dat meedogenloze, als het nòdig is."
"Tja, er zijn allerlei manieren."
"Met vleeshaken?"
"Dat is een extreme methode, ja."
"U pakt het gewoonlijk anders aan?"
"Jazeker."
"Kan u niet wat explicieter zijn? Voor onze lezers?"
"De lezers kunnen de pot op."
"O, op die manier. Ja, ik begrijp het al. U bent inderdaad meedogenloos."
"Ach, u mag dat toch ook niet overdrijven."
"Zeer geraffineerd."
"Dank u."
"U hoort nog van ons."

23.10.08

't Vliegend Eiland in het Pools

Ik weet niet wie dit initiatief heeft genomen, maar het heeft wel iets, mijn blog in het Pools!

Al sta ik niet in voor de kwaliteit van de vertaling.

22.10.08

Voor even



Ze was kwaad op hem. Ze verdroeg al zijn grillen en vreemde verzoeken, maar nu was ze kwaad. Hij bedroog haar namelijk veelvuldig.
"Bij wie zat je nu weer?"
"Bij Ingrid" en hij lachte zoals alleen hij kon lachen.
Zij boog verdrietig haar hoofd en vroeg heel stilletjes: "Wanneer hou je er nu eindelijk mee op?"
"Als ik weet wie de ware is."
"Ach, het is gewoon je aard, je doet het altijd weer opnieuw. Jij weet niet wie of wat de ware is en dat wil je ook niet weten."
Hij keek haar toen aan zoals op de eerste dag.
"Ja, je hebt gelijk, ik blijf het doen, het is sterker dan mezelf. Ik zal mijn best doen. Het spijt me. Ik hou ook van jou."
Toen was zij weer even niet boos meer, of verdrietig.

20.10.08

Kan ik het nog?



"En? Kan ik het nog of kan ik het nog?!"
"Ja Pierre, maar nu moeten we terug naar kantoor."

19.10.08

Lieveling



Lieveling word je niet zomaar, daar gaat een benoeming aan vooraf.

Bij mij kwam dat op een dag in 1996 toen ik mij losmaakte uit haar armen om in de keuken koffie te gaan zetten.

Toen gebeurde het:
"Lieveling, ik heb liever lindenthee."

Als dat geen benoeming is!

Het gevecht op de markt (na de verkoop van Fortis)


Het ging tussen een man en een vrouw.
Hij was natuurlijk veel sterker en zijn vuistslagen veroorzaakten veel bloed en een paar uitgeslagen tanden.
Maar zij was giftiger en liet zich ook niet onbetuigd:
"Krapuul! Trrrrappedafff!" was wat ik met zekerheid verstond, maar er was ook: "SJmijerllop! Glôcktsjok..." en meer van die ontalige dingen, die hij klaarblijkelijk verstond, want met een flukse riposte verbrijzelde hij hoorbaar haar neus.

Ja hoor, dat hebben wij allemaal duidelijk gezien. Maar wij spreken er niet meer over. Wij bemoeien ons niet. De markt is te zeer beïnvloedbaar deze dagen.

(Versie 1.0)
Het ging tussen een man en een vrouw.
Hij was natuurlijk veel sterker en zijn vuistslagen veroorzaakten veel bloed en een paar uitgeslagen tanden.
Maar zij was giftiger en liet zich ook niet onbetuigd: "Krapuul! Trrrrappedafff!" was wat ik met zekerheid verstond, maar er klonk ook: "SJmijerllop! Glôcktsjok..." en dergelijke ontalige dingen, die hij klaarblijkelijk verstond want met een flukse riposte verbrijzelde hij hoorbaar haar neus.

Ja hoor, dat hebben wij allemaal duidelijk gezien. Maar wij spreken er niet meer over. Wij bemoeien ons niet. De markt is te zeer beïnvloedbaar deze dagen.

17.10.08

Glev



Aangekomen in de ondertafelwereld vond Misschientje als bij toeval de glanzende wonderschoenen die zij later nodig bleek te hebben om Glev, het monster met de vier koppen (Geluk, Liefde, Eenzaamheid en Verdriet) beurs te stampen. Wat zij met ambivalente overgave deed toen Glev bij de derde tafelpoot haar pad kruiste en eiste dat zij elke kop een tongzoen geven zou.
Na de uitschakeling van Glev verloren de wonderschoenen echter wel hun magische kracht en Misschientje dacht zelfs dat ze minder hard glansden dan voorheen.
Een ding was wèl zeker: ze gingen steeds harder knellen.
Maar dat heb je natuurlijk met zekerheden, besefte Misschientje nu.

16.10.08

La vie en rose



We spraken zomaar wat.
Zij over koeien en ik dus over kalveren.
Tot ik het had over "La vie en rose."
Ineens had zij nog een afspraak en was zij weg.
Kijk, dat zijn nu dingen die ik niet snap.
...
"Your gonna make me lonesome when you go"
Dat had er toch veel te dik op gelegen?

14.10.08

Van de verrukkelijke vrouw die mij mijn lippen zag tuiten



"Wat doet u nu?" vroeg de verrukkelijke vrouw die mijn hand schudde.
"Ik? Niets," antwoordde ik.
"O, ik dacht dat u uw lippen tuitte om mij te zoenen."
"Ik, mijn lippen tuiten om u te zoenen?"
"Ja, u tuitte uw lippen heel duidelijk en ik meen zelfs het tipje van uw tong te hebben gezien."
"Goed, ik ben aan het oefenen."
"Oefenen? Waar oefent u dan voor?"
"Een grap, ik studeer een grap in."
"Sinds wanneer studeert u grappen in?"
"Sinds gisteren. Ik hoorde iemand een grap vertellen waardoor iedereen aan het lachen ging. Ik dacht, dat moet ik ook kunnen. Dus…"
"O!" zei de verrukkelijke vrouw die mij mijn lippen meende te hebben te zien tuiten. Er klonk, dacht ik, een mate van bewondering in haar stem.
"Zal ik ze eens vertellen? Mijn grap?"
"Maar, kent u ze dan al goed?" antwoordde ze aarzelend, waarbij zij meen ik wel zeker ook even haar lippen tuitte, al kon dat toeval zijn natuurlijk.
"Wel, ze gaat als volgt..."

(Versie 1.1)
"Wat doet u nu?" vroeg de verrukkelijke vrouw die mijn hand schudde.
"Ik? Niets," antwoordde ik.
"O, ik dacht dat u uw lippen tuitte om mij te zoenen."
"Ik, mijn lippen tuiten om u te zoenen?"
"Ja, u tuitte uw lippen heel duidelijk en ik meen zelfs het tipje van uw tong te hebben gezien."
"Goed, ik ben aan het oefenen."
"Oefenen? Waar oefent u dan voor?"
"Een grap, ik studeer een grap in."
"Sinds wanneer studeert u grappen in?"
"Sinds gisteren. Ik hoorde iemand een grap vertellen waardoor iedereen aan het lachen ging. Ik dacht, dat moet ik ook kunnen. Dus…"
"O!" zei de verrukkelijke vrouw die mij mijn lippen meende te hebben zien tuiten. Er klonk, dacht ik, een mate van bewondering in haar stem.
"Zal ik ze eens vertellen? Mijn grap?"
"Maar, kent u ze dan al goed?" antwoordde ze aarzelend, waarbij zij meen ik wel zeker ook even haar lippen tuitte, al kon dat toeval zijn natuurlijk.
"Wel, ze gaat als volgt..."

12.10.08

Bezoek aan Emile Durkheim



Niettegenstaande alles op voorhand was afgesproken ging ik toch zeer behoedzaam te werk en benaderde ik de holle boom van Emile Durkheim met de grootste omzichtigheid, vanuit de schaduwkant van het bos. Ik betaste de bast van de boom en voelde boven mijn hoofd de roestige knop van een bel. Ik drukte erop en haast op hetzelfde moment werd er een touwladder uitgegooid. Ik tuurde om me heen in het donker om er zeker van te zijn dat niemand mij was gevolgd, wat op zich overbodig hoorde te zijn aangezien niemand van mijn afspraak op de hoogte was. Maar er was mij gevraagd om alleen te komen.

Ik klom moeizaam omhoog en hees mezelf in een ruim studievertrek. Daar zat hij, Emile Durkheim, sociologue et pédagogue.

"U hebt het goed gevonden?"
"Ja."
"En u bent niet gevolgd?"
"Neen."
"Goed."
"Wil u mij dan nu toelichting verschaffen over uw methodologie? Over het verband tussen het sociale en het individuele?"
"Natuurlijk, dat was de afspraak."

Drie uur lang verschafte Professeur Durkheim mij inzicht in zijn denken en corrigeerde hij de misverstanden die er in de loop der jaren over zijn werk zijn gerezen.

"U begrijpt toch dat dit onder ons blijft."
"Hoe bedoelt u, Professeur."
"Dat dit vertrouwelijk is en pas openbaar gemaakt kan worden wanneer godsdienst volledig is vervangen door nieuwe sociale vormen."
"Ik, ik..."

Ik was verbijsterd en nam nogal warrig afscheid zonder, wat ik slim vond van mezelf, duidelijke beloften te doen. Echter, nog voor ik weer voet op vaste bodem zette werd ik vastgegrepen door ruwe knuisten, die voor ik besefte wat er aan de hand was, een strop rond mijn nek legden en mij snel weer ophesen.

"Excusez nous," was het laatste wat ik hoorde voor ik mijn bewustzijn verloor.

Voor de politie was het zelfmoord natuurlijk.

Achteraf besef ik nu wel dat wanneer men je om solidariteit vraagt, je dit niet straffeloos kan negeren.

11.10.08

Jantje en Ingridje



"En toen zag ik hen doen."
"Papa en mama?"

10.10.08

Ingrid knipt




knoep-knoep.
"Alles in orde met die schaar Ingrid?"

9.10.08

Zo ben ik nooit eens gelukkig



"Het is heden donderdag, een dag die ik gaarne, evenals iedere andere, met werken zou doorbrengen, ware er niet iets over mij dat mij belette mijn gewone werkzaamheden bij de hand te vatten of doe ik het, ze door te zetten. Daaruit vloeit veelal een soort van verveling voort die ik niet goed weet te verdrijven."

Op de dag na citeer ik dit letterlijk uit
Gerard Bilders, "Zo ben ik nooit eens gelukkig", (Schildersdagboek).
Het beschrijft beter dan ikzelf het kan de
gemoedsgesteldheid waarin ik mij de laatste weken bevind.
Het dagboek zelf is
trouwens zeer de moeite!

8.10.08

Vaderlandse geschiedenis



Er was eens een patriot die er niet helemaal met zijn hoofd bij was. Dat werkte zeer aanstekelijk op andere patriotten die hij goed kende en vermits zij elk voor zich actief waren in verschillende patriottische netwerken tegelijk, verspreidde de verstrooidheid en het ongeconcentreerd patriottisch denken zich over het land.

Patriottische acties begonnen in het honderd te lopen. Men liep niet meer in de pas, men vergat belangrijke patriottische dagen. Er werd al eens een vlag ondersteboven gehesen. Er is zelfs een geval genotuleerd van één patriot die zo van slag raakte dat hij het portret van het staatshoofd verving door een ander.

Dat alles ontging de antipatriotten uiteraard niet. Zij deden op hun beurt alles (door infiltratie, door desinformatie, ja, zelfs met valse beloften) om het patriottische raderwerk nog meer te ontredderen, wat zijn funeste uitwerking niet miste.

Het land ging sneller ten onder dan ooit iemand had gedacht en de vroegere patriotten, ooit gevierd en gerespecteerd, werd zelfs hun pensioentje ontzegd. Daarom werden zij als vanzelf antipatriotten. En de antipatriotten werden als vanzelf, geheel logisch, de nieuwe patriotten. Laten wij nu maar hopen dat zij er het hoofd bij houden of alles begint opnieuw.

7.10.08

Onomstotelijk bewijs



Kijk, zij huist muizen in haar borsten!
Dat belet haar om andere dingen te doen, met mannen bedoel ik.
Of dat beweert zij toch.

Leg dat maar eens uit aan al wie hiervan geen onomstotelijk bewijs kreeg, zoals wij dus wel.

5.10.08

Bij de verborgenen



“En? Nog verborgenen gezien?”
“Ik ben niet zeker. Ik dacht dat er net een wegdook.”
“Dus weer geen foto’s zeker?”
“Neen.”
“Terwijl er hier honderden schijnen te zijn.”
“Ja, maar wel verborgen.”
"(Zucht)"

Het ziet er ook nu naar uit dat een expeditie zonder bewijs dat de verborgenen bestaan weer naar de beschaafde wereld zal terugkeren.

4.10.08

Parabels



Uit zijn parabels bleek dat de nieuwe pastoor véél meer wist over zijn parochianen dan zij zelf ooit hadden vermoed!

De meezwemmer



Men vraagt zich af wie ik ben.
Hahaha, daar heb ik wel schik in,
want ik vraag het me ook af.
Daar hebben we dus iets gemeen!
(Maar eigenlijk ben ik een meezwemmer.)


(Versie 1.0:)
De zwemmer
Men vraagt zich af wie ik ben.
Hahaha, daar heb ik wel schik in,
want ik vraag het me ook af.
Daar hebben we dus iets gemeen!
Ik ben ook maar een zwemmer.

2.10.08

Ingrid wil duidelijkheid


"Ja ja, Jan, meer passie en vuur dus... maar wat stel je je daar dan eigenlijk bij voor, concréét?"

1.10.08

En zo



Ze zei dat ze het niet meer zag zitten.
Dat ze iemand had leren kennen die niet alleen goed zijn brood verdiende, maar daarbij ook nog eens goed kon zingen, en zo!
Dat vond zij belangwekkend.
Natuurlijk was het belangwekkend.
Zingen verdorie! Ik kon haar wel wurgen.